vogelkijkgebied

Zuidkust van Schouwen, Suzanne en Stoffel Kisters Inlaag (Schouwen Duiveland)

Kaart

Foto Zuidkust van Schouwen, Suzanne en Stoffel Kisters Inlaag (Schouwen Duiveland)

Beschrijving: De naam van deze inlaag heeft betrekking op vroegere naburige bewoners. De inlaag bestond oorspronkelijk uit twee delen. Het oostelijk deel, de Kisters Inlaag, dateert uit 1679 en werd in hetzelfde jaar samengevoegd met de in 1673 aangelegde Suzanna Inlaag, het totale oppervlak is ongeveer 15 hectare. Tot eind jaren 80 van de vorige eeuw bevond zich in het oostelijk deel een klein langwerpig eiland dat nu door afslag helemaal is verdwenen. De Vogelwerkgroep Schouwen-Duiveland heeft in 1999 een plan opgesteld om in het westelijke deel op eenvoudige wijze een nieuw vogeleiland aan te leggen voor Kokmeeuwen, sterns, Kluten en plevieren. Dit plan is in september 2009, eindelijk, gerealiseerd. De inlaag is thans, op het vogeleiland na, een ondiepe waterplas. De vegetatie langs de oevers bestaat uit kort gras (begrazing door koeien en schapen) en op sommige plaatsen groeit Zeeaster (Zulte) en Zeebies. Onder water zijn uitgestrekte Ruppia-velden.

Zie verder: Zuidkust van Schouwen

Ligging: De inlaag ligt 1,5 km noordwestelijk van Zierikzee en is te bereiken via de doodlopende Boerenweg. Onderaan de zeedijk is een kleine parkeerplaats vanaf waar te voet of op de fiets via de dijk naar de inlaag kan worden gegaan.

Toegang: De inlaag wordt beheerd door Natuurmonumenten en is niet vrij toegankelijk. Vanaf de zeedijk is er een prima uitzicht op het gebied.

Kenmerkende soorten: In jaren met een lage waterstand komen op de restanten van het eiland, die dan boven water uitsteken, soms enkele paren Visdieven en of Noordse Sterns tot broeden. Jaarlijkse broedvogels zijn: Knobbelzwaan, Wilde Eend, Bergeend, Scholekster, Kluut, Bontbekplevier, Kievit, Graspieper en Witte Kwikstaart. De achterliggende karrevelden bieden broedbiotoop aan Bontbekplevier, Strandplevier (tot 1997), Grutto, Kluut en Tureluur. Soms broeden hier ook Kokmeeuwen. Tijdens voor- en najaarstrek is het westelijke deel een hoogwatervluchtplaats voor Wulp, Rosse Grutto, Zilverplevier, Kemphaan, Kanoet, Bonte Strandloper en Drieteenstrandloper. In zachte winters zijn groepen van meer dan 50 Kluten in de slikkige delen geen bijzonderheid. Verder in het water vaak grote groepen Wilde Eenden, Smienten, Slobeenden, Pijlstaarten, Kuifeenden en Wintertalingen. In de late herfst komen Rotganzen en Kleine Zwanen zich te goed doen aan Ruppia. In de karrevelden pleisteren in voor- en najaar vaak grote groepen Goudplevieren. De kans op een Slechtvalk is dan groot. Bijzondere waarnemingen: IJseend, Kraanvogels (ter plaatse in de karrevelden) en Zwarte Ooievaar.

Tekst: Gijs van den Ende

Laatste wijziging beschrijving en/of foto: 05-10-2009

gratis website tellers