vogelkijkgebied

Hellegatschor (Westerschelde)

Kaart

Foto Hellegatschor (Westerschelde)

Beschrijving: Het Hellegatschor is een buitendijks gelegen gebied, met rondom gelegen slikken, die alleen bij laag water droogvallen. Het schor is ruim 20 hectare groot en loopt alleen bij extreem hoog water onder. Het slikgebied wordt aan de oostzijde doorsneden door een afwateringsgeul, die aansluit op het afwateringskanaal in de aangrenzende Hellegatpolder.

Ligging: Het Hellegatschor ligt ongeveer 10 km ten oosten van Terneuzen aan de Westerscheldedijk. Door vanuit Terneuzen langs de Scheldedijk te rijden tot aan het Gemaal Campen en daar de dijk over te steken heeft men een goed overzicht van het gebied.

Toegang: Het Hellegatschor kan betreden worden, maar tijdens de broedperiode is dit niet wenselijk vanwege verstoring van broedende vogels. Gedurende de periode opkomend – hoog – afgaand water is betreding zelfs helemaal af te raden, daar geulen in het gebied vrij snel vol lopen, waardoor de zeedijk niet meer te bereiken is zonder een nat pak op te lopen. In het gebied bevindt zich een hoogwatervluchtplaats, alsmede verspreid overtijende vogels. Het gebied is vanaf de aan de zuidzijde gelegen zeedijk goed te overzien, wat de noodzaak het gebied te betreden wegneemt.

Kenmerkende soorten: Op en rond het Hellegatschor kunnen flinke aantallen vogels gevonden worden. Broedvogels betreffen onder meer Bergeend, Wilde eend, Tureluur, Scholekster, Blauwborst, Rietgors, Graspieper. De laatste jaren worden geregeld Graszangers waargenomen in de broedperiode en op de dijken rond het gebied vinden we nog steeds enkele broedparen van de Strandplevier. Soms worden Kluten en Bontbekplevier met hun jongen aangetroffen, die hun broedterrein in de achterliggende polder kunnen hebben. Het gebied is van groot belang voor allerlei wad- en watervogels. Het kan dan gaan om duizenden vogels van verschillende soorten. Alle regulier voorkomende soorten van wad en slik kunnen hier aangetroffen worden, waaronder Tureluur, tot maximaal 1500 ex, Smient, max 6000 ex (tijdens vorst), Goudplevier, maximaal 4500 ex, Rosse grutto, maximaal 1500 ex, Groenpootruiter, maximaal 125 ex, Bonte strandloper maximaal 7500 ex. Geregeld worden tijdens de trekperiode Kleine- en Krombekstrandlopers gezien, alsmede Kanoeten, Bontbekplevier, Steenloper en Zwarte ruiter. Diverse eendesoorten zijn gewoonlijk present tijdens de winter, inclusief Wintertaling, Pijlstaart, Smient, Middelste zaagbek, alsmede Fuut, Aalscholver, Blauwe Reiger en Kleine Zilverreiger. Een Slechtvalk is zo langzamerhand een gewone gast geworden en ook de IJsvogel en Grote Gele Kwikstaart laten zich vaak fraai bekijken, evenals groepen Sneeuwgors en Putter en incidenteel kunnen zelfs Strandleeuweriken of Grauwe gorzen worden aangetroffen. Af en toe wordt in het gebied een Velduil gezien. Op de dijk bij het Gemaal Campen kunnen we bovendien genieten van enigszins gestuwde trek in voor- en najaar, wat vaak wat minder alledaagse soorten oplevert, zoals diverse gorzen, vinkachtigen, roofvogels, etc.

Tekst: Wim Wisse

Laatste wijziging beschrijving en/of foto: 29-05-2008

gratis website tellers