vogelkijkgebied

Zuidkust van Schouwen, Cauwers Inlaag (Schouwen Duiveland)

Kaart

Foto Zuidkust van Schouwen, Cauwers Inlaag (Schouwen Duiveland)

Beschrijving: Deze 12 hectare grote inlaag ligt ongeveer een kilometer westelijk van Zierikzee en is door aanleg van de huidige inlaagdijk in 1726 ontstaan. Tot de tweede helft van de vorige eeuw was het een tamelijk droog terrein maar door toenemende kwel en inklinking van de bodem werd het steeds natter, een proces dat nog steeds plaatsvindt. Tot in de jaren 80 van de vorige eeuw was het patroon van de vroegere vergravingen aan de hand van boven het water uitstekende ‘spekdammetjes’ nog goed zichtbaar. Eind vorige eeuw werd de inlaag gesaneerd: er werd slib uitgebaggerd en de nog overgebleven centrale eilandjes werden tot één geheel samengevoegd en tegen afkalving met nylonmatten geschermd. Voor een betere verversing met zout water werd een drietal kwelputten geslagen. Helaas is het centrale eiland door instabiliteit van de bodem gaan verzakken en in een normale zomer komt nog maar de helft boven water. De niet beschoeide kleinere eilandjes zijn door afkalving allemaal aan het verdwijnen. De vegetatie van de eilandjes bestaat voornamelijk uit Zeekraal, Schorrenkruid, Zeeaster en Melganzevoet. Onder water komen grote Ruppia-velden voor.

Zie verder: Zuidkust van Schouwen

Ligging: De inlaag ligt ongeveer een kilometer westelijk van Zierikzee en is te bereiken via de Levensstrijdweg. Onderaan de zeedijk is een parkeerterrein vanwaar te voet of per fiets over de zeedijk verder kan worden gegaan.

Toegang: De inlaag wordt beheerd door Natuurmonumenten en is niet vrij toegankelijk. Vanaf de zeedijk is er een goed uitzicht op het gebied.

Kenmerkende soorten: Van oudsher is er in de inlaag een Kokmeeuw- en Visdiefkolonie waarin ook Noordse Sterns tot broeden komen. In "goede" jaren broeden er meer dan 300 paar Kokmeeuwen en evenveel paren Visdieven. Het aantal broedparen Noordse Sterns schommelt tussen de 5 en 15. Verder broeden er jaarlijks de volgende soorten: Wilde Eend, Kuifeend, Bergeend, Meerkoet, Waterhoen, Scholekster, Tureluur, Kluut, Kievit en af en toe Bontbekplevier. De enige zangvogels zijn Graspieper, Rietgors, Witte Kwikstaart en soms Gele Kwikstaart. In de achterliggende karrevelden en weilanden broeden jaarlijks nog Grutto’s en Slobeenden. In mei maar ook alweer eind juli wordt de inlaag als hoogwatervluchtplaats gebruikt door Rosse Grutto, Zilverplevier en Kanoet, vaak in zeer grote aantallen. In dezelfde periode zijn ook Dodaars, Groenpootruiter, Zwarte Ruiter en diverse strandlopersoorten en Watersnip te verwachten.’s Winters rusten en foerageren er veel eenden zoals Wilde Eend, Wintertaling, Smient, Slobeend, Pijlstaart, Brilduiker, Middelste Zaagbek en soms zelfs Nonnetjes. Ook Rotganzen verblijven er om de laatste resten Ruppia op te ruimen. Er is ’s winters altijd kans op een vissende IJsvogel en langs het buitentalud van de zeedijk kunnen Sneeuwgorzen zitten. In het vroege voorjaar zijn er dikwijls foeragerende Lepelaars en Kleine Zilverreigers. Bijzondere waarnemingen: Kraanvogels (in de karrevelden), Grauwe Franjepoot, Roodkeelduiker, Zwarte Wouw, Drieteenmeeuw, Kleine Alk en Velduil.

Tekst: Gijs van den Ende

Laatste wijziging beschrijving en/of foto: 05-10-2009

gratis website tellers